Art. 31

Hij, die opzettelijk inbreuk maakt op een anders auteursrecht, wordt gestraft met gevangenisstraf van tenhoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

Art. 31a

Hij die opzettelijk een voorwerp waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat,
  1. openlijk ter verspreiding aanbiedt,
  2. ter verveelvoudiging of ter verspreiding voorhanden heeft,
  3. invoert, doorvoert, uitvoert of
  4. bewaart uit winstbejag wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de vijfde catagorie.

Art. 31b

Hij die van het plegen van de misdrijven, als bedoeld in de artikelen 31 en 31a, zijn beroep maakt of het plegen van deze misdrijven als bedrijf uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie.

Art. 32

Hij die opzettelijk middelen die uitsluitend bestemd zijn om het zonder toestemming van de maker of zijn rechtverkrijgende verwijderen van of het ontwijken van een technische voorziening ter bescherming van werk als bedoeld in artikel 10, eerstel lid onder 12, te vergemakkelijken
  1. openlijk ter verspreiding aanbiedt,
  2. ter verspreiding voorhanden heeft,
  3. invoert, doorvoert, uitvoert of
  4. bewaart uit winstbejag wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde catagorie.

Art. 33

De feiten strafbaar gesteld in de artikelen 31, 31a, 31b, 32 en 32a zijn misdrijven.

Art. 34

  1. Hij die opzettelijk in enig werk van letterkunde, wetenschap of kunst, waarop auteursrecht bestaat, in de benaming daarvan of in de aanduiding van de maker wederrechtelijk enige wijziging aanbrengt of wel met betrekking tot een zodanig werk op enige ander wijze, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid, het werk aantast, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
  2. Het feit is een misdrijf.